Toepassingen
-
Daktuinen - Toepassing
Naargelang de bouwwijze van het dak, dient bij het begroenen rekening te worden gehouden met verschillende constructieve en bouwfysische voorwaarden die betrekking hebben op de geschiktheid en de werking van alle lagen en materialen in de dakopbouw.
1. Opbouw van het dak
Er wordt meestal gekozen voor een “warm dak” of voor een “omkeerdak”. Bij een warm dak ligt de isolatie bovenop de constructie en wordt daarbovenop een waterwerende laag aangebracht. Dit type van daktuin is het meest voorkomend. Hierbij is het belangrijk ervoor te zorgen dat de waterafdichting beschermd wordt tegen mechanische beschadigingen. Bij een omkeerdak wordt de isolatie op de waterdichte huid gelegd. De drainagelaag en het substraat komen er bovenop. Hiermee worden de isolatieplaten (meestal XPS) op hun plaats gehouden. Voordeel van dit systeem is dat het eenvoudig is (er zijn geen bijkomende dampschermen nodig), maar men moet er wel rekening mee houden dat de isolatielaag dikker is (meer warmteverlies aan de hoeken en kanten + isolatie in contact met vocht). Boven de dakafdichting wordt de Argexdaktuin opgebouwd zoals voorgesteld in onderstaand schema. Het gebruikte isolatiemateriaal zou voldoende druksterkte moeten hebben. We refereren naar de Butgb-ATG-eisen met betrekking tot isolatie op daken toegankelijk voor frequent voetgangersverkeer.

- Draagstructuur en helling
- Dampscherm
- Isolatiemateriaal
- Waterdichte huid
- Mechanische beschermlaag en/of polyethyleenfolie
- Argexdraineerlaag
- Filtermat
- Substraat
- Vegetatielaag
2. Dakhelling
- Het platte dak dient een afschot te hebben van minstens 2% en dit, conform de richtlijnen voor platte daken.
- Bij intensieve daktuinen is het mogelijk te opteren voor een constant waterniveau (raadpleeg hiervoor ook de plaatselijke regelgeving). Hierbij is geen afschot nodig of kan men, in het andere geval, gebruik maken van stuwdrempels. Het constante waterniveau zorgt voor permanente waterreserves die gelijkmatig verdeeld zijn over de totale oppervlakte.
- Bij extensieve begroeiing moet worden uitgekeken voor vochtophoping in het substraat (bijvoorbeeld door plasvorming of rondom de waterafvoer). Dit is erg schadelijk voor de vegetatie.
- Bij grotere hellingen moeten maatregelen worden genomen die het wegglijden en wegschuiven verhinderen. Hiervoor kan een substraat met “waterstabiele” structuur worden gebruikt, maar ook schuifprofielen en/of antiverschuivingweefsels.