Toepassingen
-
Waterbeheersing - Toepassing
De ideale basisgrondstof voor waterbuffer- en infiltratiebekkens is een pakket geëxpandeerde Argexkorrels, ingepakt in een open of gesloten geotextiel. Het bufferbekken wordt voorzien van een in- en uitloopconstructie én een controle-eenheid.
Grote bekkens worden in modules opgedeeld. De bufferbekkens met Argexkorrels kunnen gelijk welke vorm aannemen: rond of hoekig. De Argexkorrels kunnen zonder problemen in sleuven rondom rioleringsbuizen worden aangebracht. Dit is zeer voordelig omdat de uitgegraven put volledig benut kan worden. Het grondverzet wordt optimaal benut en het bufferbekken is volledig geïntegreerd in de natuurlijke omgeving (in groene ruimtes, onder parkings, tussen gebouwen, onder wegen, …).
Te weinig water op een groendak is nefast voor de vegetatie, maar een teveel aan water is dat eveneens. Daarom is het nuttig even stil te staan bij de flux van water op een groendak en op zoek te gaan naar het perfecte evenwicht tussen waterafvoer, waterretentie en waterbevoorrading.
Bij een Argex daktuin is een snelle waterafvoer verzekerd dankzij de 40% aan holle ruimte die zich tussen de korrels bevindt. Wanneer de dakafvoeren binnen de vegetatiezone liggen, dient er een controleschacht te worden voorzien als bescherming tegen vuil en plantengroei en als controlemiddel. Buiten de vegetatievlakken worden de afvoeren meestal vrijliggend in grind uitgevoerd. Het is verplicht “spuwers” te voorzien in geval van verstopping van de afvoer.

Een van de belangrijkste eigenschappen van een daktuin, is zijn buffercapaciteit voor regenwater. De regen die op het groendak valt, sijpelt langzaam doorheen de verschillende lagen en zal pas na een tijdje de afvoer bereiken. Een deel van het water zal verdampen of zal worden opgenomen door de planten en zal bijgevolg nooit in de riolen terechtkomen. Hoeveel water er precies zal worden opgenomen of verdampen of met vertraging worden afgevoerd, hangt af van een reeks factoren: de hoeveelheid neerslag, de dikte, de samenstelling en vochtigheid van het substraat, de locatie, de helling, de planten, …